Professionaliseren is niet altijd verkeerd
Het is natuurlijk goed als OR-leden leren om op een effectieve manier te overleggen met de bestuurder. Prima dus om gespreksvaardigheden te verbeteren of te leren hoe je als OR slim vergadert.
Op die vorm van professionaliseren valt weinig af te dingen. Hoewel het ook ontwapenend en effectief kan zijn als een OR-lid in het overleg met de bestuurder zijn vinger durft op te steken en zegt: ‘Ik snap het niet’.
Evengoed is het positief dat OR-leden die meer ervaring hebben beter snappen hoe besluitvorming werkt, hoe ‘het politieke spel’ gespeeld wordt en vaak wat beter zijn geworden in strategisch denken. Allemaal helemaal OK.
Mijn bezwaar zit ergens anders
Maar waar ik op tegen ben, is de ‘inhoudelijke’ professionalisering waar veel mensen in OR-land zich hard voor maken.
Natuurlijk, het is handig wanneer je OR-leden in je team hebt die een balans en een winst-en-verliesrekening kunnen lezen. Maar OR-leden zijn in de eerste plaats de vertegenwoordigers van hun collega’s en de meesten daarvan begrijpen weinig van financiële informatie.
OR-leden hoeven geen specialisten te zijn
Willen we van OR-leden financieel specialisten maken, dan is dat de dood in de pot van het OR-werk. OR-leden hebben als belangrijkste taak om de bestuurder te vertellen wat er leeft bij hun collega’s en hun zorgen en ervaringen in te brengen in het overleg met de bestuurder.
Als ze op financieel terrein (of welk ander terrein dan ook) iets niet begrijpen, dan is dat waarschijnlijk bij de meeste collega’s ook zo en kunnen ze dat het beste gewoon kenbaar maken. Het is dan aan de bestuurder om de informatie in begrijpelijke taal uit te leggen.
Wat een OR-lid vooral nodig heeft
In mijn trainingen benadruk ik altijd dat OR-leden (ook die net aan de start zijn verschenen) 90 procent van de benodigde vaardigheden al in huis hebben. Een overdaad aan kennis hoort daar niet bij. Gezonde nieuwsgierigheid wel.